De sjeik

DE SJEIK (1995)

In een filmstudio legt een decorploeg de laatste hand aan de decorstukken voor de film DE SJEIK. Net als de houten dromedarissen klaar zijn treedt een wereldberoemde filmster binnen. Zij zal in de film de rol van Diana gaan spelen. Diana, een deftige Engelse dame, die op ondekkingsreis wil in de Sahara.
Een van de decorbouwers is op slag verliefd op de knappe filmster.
Of de acteur die de sjeik speelt blij is met deze verliefde decorbouwer is de vraag.

Alle foto’s zien? Klik Klik  hier voor het complete album.

DE ROLVERDELING:

Diana: Mieke Bomert

De sjeik: René Luttikholt

Gids/ bezoeker slavenmarkt: Eino Hoveling

Fakir/ slavenhandelaar: Jan Willem Holtrop

Bezoeker slavenmarkt: Jan Oude Lansink

Arabische vrouw: Tineke Lammers van Toorenburg

Filmregisseur: Rianne Lansink

Cameraman: Adrie van Staveren

Decorploeg: Henk Huizing, Jan Slot, Odette Zekhuis, Mieke Bosscha

Journalisten: Tineke Lammers van Toorenburg, Jan Oude Lansink

Medisch team: Tineke Lammers van Toorenburg, Jan Oude Lansink, Eino Hoveling

Regie, script, artistieke leiding: Oscar Wagenmans

Algemene coördinatie: Annemiek Veneklaas Slots

Muzikale leiding: Gerard Neurink

Muziek: Armonia

Agogisch begeleider: Kirsten Ardesch

Decor en kostuumontwerp: Marjan Kremers

Decoruitvoering: Dagverblijven De Brem en De Lijsterstraat, Marja Hoedemakers, Robin van der Stelt, José Tielkens,

Kostuum uitvoering: V.S.O. Werkervaringsprojekt de Opstap

Belichting en techniek: Cees Snellink

Ontwerp folder en affiche: Maria de Graça Cabral Oliveira de Andrade

Fotografie: Danielle Bekkers

‘Ik heb een hele zware rol in het stuk’

De Kunst Verstaan is een serie over schilderen,musiceren, theater van mensen met een verstandelijke handicap.Vandaag aflevering 2: Toneelspelen. De eerste aflevering, over tekenen, stond in de krant van zaterdag 2 juli.

Toch wordt er die middag in de oefenruimte een tipje van de sluier opgelicht tijdens de repetitie van het ambitieuze stuk De Sjeik. De Sjeik is een toneelbewerking van de opnamen van een film uit de jaren twintig met Rudolph Valentino in de hoofdrol. Als wellustige bedoeïen zal de sjeik een blanke vrouw roven. Mieke blijkt die vrouw te zijn. Ze is gehuld in een doorschijnende tulen japon over haar jeans.

Zo’n costumering kan gewoon bij de repetities van de theatergroep Kameleon (nu KAMAK) in Hengelo van acteurs en actrices met een verstandelijke handicap. Het toevallig aanwezige publiek in de groen-houten afgedankte kleuterschool kan er nog niet veel van maken tijdens de repetitie. Het wachten is op de première, in februari. Regisseur is Oscar Wagenmans.

Op toneel trekt een gezelschap toeristen op denkbeeldige dromedarissen door de woestijn. De sjeik ligt op zijn even denkbeeldige spijkerbed bij zijn harem, gereed om tot schaking over te gaan. De rit op de dromedarissen wordt uitgebeeld door stoelen waarop spelers zitten. De stoelen worden door andere spelers krachtig in woestijngang op en neer gehobbeld.

“Voor zo’n groot stuk is zeker een jaar voorbereiding nodig”, zegt Wagenmans. “We zijn al heel lang geleden begonnen het verhaal uit te zetten. Ik vertel het eerst en ga er in grote lijnen doorheen. Daarop kunnen de spelers improviseren. Ik laat ze nogal vrij. Ze kennen de tekst, maar verder laat ik het bij ze opkomen. Het mag nooit een kunstje of dressuur worden. Het moet eigen inbreng zijn van de types die geschikt voor een bepaalde rol zijn. Als het duidelijk is waarover het gaat, onthouden ze hun tekst zo goed dat je niet bang hoeft te zijn dat ze die vergeten.

”Hij geeft toe dat het hem zeker niet ontbreekt aan artistieke aspiraties. Zijn collega, coördinator Annemiek Veneklaas-Slot, droomt zelfs van een academie voor mensen met een verstandelijke handicap, waar aan meer kunstsoorten wordt gedaan dan toneel.

“Het Is voor mezelf niet snel goed”, vindt Wagenmans, die een theateropleiding volgde en bij die studie in aanraking kwam met verstandelijk gehandicapten. Naast Kameleon regisseert hij school- en andere amateurvoorstellingen.

Kameleon kwam eind vorig jaar voor het eerst in de openbaarheid met het spel Penelope Punnikt, een vrije en komische bewerking van de zwerftochten van Odysseus. De uitvoering beleefde zeven voorstellingen in het uitverkochte Theater Concordia in Enschede.

Mede dankzij dit succes wil Wagenmans de ontwikkeling voortzetten. Van de Penelope-groep is een vaste kern overgebleven, waar nieuwe spelers bij zijn gekomen.

“Het is de bedoeling dat Kameleon de professionele kant op gaat en niet langer alleen als vrije-tijdsbesteding wordt gezien. Het werk gaat uit van een stichting die dagverblijven beheert. Die wil een doelmatige aanpak. Het toneelspelen wordt als werken gezien en moet met kaartverkoop ook geld in het laatje brengen.

”De spelers vinden het hoogst interessant dat ze optreden. “Ik speel héél goed toneel”, beweert de kleine Tineke met het kortgeknipte zwarte haar. Veel meer komt er bij haar niet uit. Henk is ervan overtuigd, dat de in scène gezette ruzie in het stuk De Sjeik beter ging dan ooit.

Wagenmans: “Deze mensen hebben te vaak in hun leven te horen gekregen wat ze niet kunnen. Maar nu treden ze echt voor het voetlicht en er komt publiek naar hen kijken. Ze hebben er ook echt werk aan. Als ze optreden, krijgen ze een halve dag vrij van het dagverblijf waarop ze de rest van de week zitten. Ook dat klinkt officieel.

De vraag of kunst met verstandelijk gehandicapten niet modieus is, weet Wagenmans niet direct te beantwoorden. “Er is sprake van een golfbeweging, waardoor er op het ogenblik veel belangstelling voor deze sector is. Dat heeft ook te maken met de emancipatie van verstandelijk gehandicapten. Vroeger werden ze apart gehouden in de bossen en nu wonen ze in kleinschalige projecten in de woonwijken.

”Voor kunstzinnige uitingen moet je over een aantal kwaliteiten beschikken. Volgens Wagenmans kunnen verstandelijk gehandicapte spelers hele goede mimes laten zien.

De groep is de repetitiedag begonnen met improvisatie als warmingup. Er is een imaginaire brief zoek. Henk zit als een geboren bankdirecteur achter de telefoon: “Tuut, tuut, tuut. Shit, niemand thuis en ik moet die brief nog posten. Maar waar isie?” Tegen zichzelf, terwijl hij de handen tegen het hoofd slaat: “Stomme idioot, weggemaakt!” In het Twents: “Da zou ik niet wiezen.”

“Dan spelen we nu de maandagmorgen”, stelt de regisseur voor. Ze zoeken allemaal een regenjas uit en steken een krant in de zak. Tneke trekt voor de lol de langste jas aan. Hij sleept over de grond. Alle neuzen van het kleurrijke gezelschap staan eenzelfde kant op bij de bushalte. Ze kijken tegelijk op hun horloge, stappen in, hangen aan de lus en deinen heel echt op het ritme van de muziek. Er wordt wat afgemimed.

Het programma is rijk gevarieerd. Daarna wordt nog De Nachtegaal naar het sprookje van Andersen op muziek van Theo Loevendie gerepeteerd. Het is een kort stuk met eenvoudige decors, dat op straat, in buurthuizen en op scholen kan worden opgevoerd. Ze genieten zichtbaar, als het goed gaat. “Nou, hoe vind je het nou? Mooi?” wordt er na afloop gevraagd.

De reactie van het publiek is voor Wagenmans heel belangrijk: “Hier is ook sprake van een emancipatieproces. Waarom reageert het enthousiast? Omdat het knap wordt gevonden dat verstandelijk gehandicapten iets kunnen onthouden òf omdat ze goed theater maken? Het gaat erom dat een voorstelling je wat doet, dat je genoten hebt of dat je misschien kwaad wordt.
Dat is het belangrijkste. Als de toeschouwers alleen maar vertederd zijn, is het voor mij niet voldoende.”

TROUW 5 juli 1994

door RIET DIEMER

Advertenties